Reisverslag


Vrijdag 8 september 2006 - Op weg

Gisteravond hebben we overnacht in een hotel vlakbij Schiphol, omdat we vandaag vrij vroeg vliegen. Uitgerust komen we aan op Schiphol en om 9.40 uur vertekken we in een klein vliegtuig naar Kraków. Nog geen twee uur later (en 4 euro armer voor een kopje lauwe koffie!) landen we op Poolse bodem. Het vliegveld van Kraków, Balice Airport, is ontzettend klein. Het is slechts een stipje vergeleken bij Schiphol vanuit de lucht. Dit heeft het grote voordeel dat we snel door de douane zijn en onze bagage van de bagageband kunnen plukken.

We lopen vervolgens naar de balie van Europcar, waar niemand voor het loket staat, we zijn gelijk aan de beurt. Gelukkig, want het meisje achter de balie is ontzettend langzaam en wil van alles weten van ons. Snakkend naar nicotine en kijkend op mijn horloge raak ik een beetje geïrriteerd. Helemaal als blijkt dat de borg omgerekend bijna een maandsalaris bedraagt, dat direct van de creditcard geschreven wordt. Op deze huurauto moeten we dus heel zuinig zijn!

Eindelijk, we krijgen de autosleutel mee. We haasten ons naar buiten, eerste prioriteit, een sigaret! Daarna lopen we naar de parkeerplaats en vinden onze auto: een kleine rode Kio Picante, dat meer weg heeft van een Smart dan de van te voren geboekte ruimere Opel Corsa. Ach, wat geeft het ook, dit zal veel makkelijker parkeren zijn! Geen haar op ons hoofd die er aan denkt om terug te gaan naar de balie om hierover in discussie te gaan met het vriendelijke, maar oh zo langzame meisje van Europcar. We zijn hier al zo kort!

Reisverslag

Na het inladen van de bagage begeven we ons op de Poolse snelweg. Tsja, en nu? We hadden gerekend op de hulp van onze TomTom, maar die weigerde om mee te werken dus waren we afhankelijk van een kleine stadskaart van Europcar en onze intuïtie. Dat de Polen er heel andere verkeersregels op na houden, werd al snel duidelijk. Niks netjes invoegen op een invoegstrook op de snelweg, doe een gebedje, hoop op het beste en gaan! En inhalen, waarom moeilijk doen als het ook van zowel links als rechts kan? Glad asfalt? Welnee, hobbelen houdt je scherp! En duidelijke borden? Die zetten we op het allerlaatste moment neer, voor het surprise-je-bent-er-oh-nee-je-bent-er-al-voorbij-gereden-effect.

Het hotel

Bij aankomst in het hotel staat ons een verrassing te wachten. Waar we onderweg grapjes over hadden gemaakt, wordt nu werkelijkheid. Na het oplezen van onze achternamen schudt de vrouw haar hoofd en spreekt in een mengeling van gebrekkig Duits en Engels “nee hoor, wij verwachten u pas morgen”. Verbijsterd kijken we elkaar aan. De mevrouw achter de receptie loopt naar achteren en komt terug met een vel papier met onze namen er op. Inderdaad, er staat dat we pas morgen zouden komen. Foutje van het reisbureau. Gelukkig hebben ze al een kamer vrij dus is het geen probleem. Maar even schrikken is het wel!

Op naar boven, in dit mooie, grote hotel. Het moment van de sleutel in de deur steken is altijd spannend in een hotel. Zou het er zo uit zien als op de foto op de website? Dit bleek ook goed voor de slappe lach: niks geen twee persoonsbed. Twee eenpersoonsbedden tegenover elkaar langs de muur. Hier moet je dus niet zijn op je huwelijksreis! Verder valt de kamer erg mee. Okee, het is klein, maar het is redelijk schoon en we slapen hier alleen maar. Al vinden we het wel een beetje vreemd dat er in het informatieboekje op de kamer staat, dat we geen kraanwater mogen drinken.

Het eten

We hebben nog de hele middag voor ons en die brengen we door in het centrum. Ons hotel blijkt perfect gelegen te zijn, nog geen 5 minuten lopen van het bruisende hart: het Marktplein! Dit plein doet me denken aan het Londense Covent Garden. Straatartiesten, kleine kraampjes en winkeltjes en vooral veel gezellige terrasjes. We besluiten eerst wat te gaan eten. Het weer is heerlijk, zo’n 20 graden met een lekker herfstzonnetje en zo nemen we plaats op een terras.

We krijgen allebei een menukaart en ik verbaas me over de prijzen. Wow. Een colaatje, 2 zchloty? Twee keer 26 eurocent? Op een terras, in het centrum? Het blijkt echt zo te zijn, evenals het eten. Voor 12 zchloty zitten we even later aan een grote omelet met van alles er op en er aan. En nog erg lekker ook! Het is duidelijk, aan eten en drinken zullen we weinig kwijt zijn dit weekend.

Reisverslag

Na het eten lopen we rond over het Marktplein en verkennen dan de rest van de buurt. Charmante steegjes en straatjes, imposante kerken, een drukke hoofdweg met voorbij razende trams en een prachtig park. Ik ben nu al verliefd op Kraków en baal alvast dat we maandag alweer terug moeten. Aan het eind van de middag keren we terug naar het Marktplein en gaan weer op een terras zitten, heerlijk mensen kijken en daarna eten.

Na het eten pakken we de auto en rijden naar een grote Tesco, die ik op de heenweg al had gespot (vrouwen hebben daar een derde oog voor!). Deze grote supermarkt (of eigenlijk, hypermarchee) is 24 uur per dag, 7 dagen in de week geopend. Verbaasd vraag ik me af waarom wij dit niet hebben in Nederland. We slaan wat limonade en koekjes in voor op de hotelkamer en kijken wat rond. Kleding, stereos, ze hebben hier echt van alles!

Bij terugkomst in het hotel kijken we nog wat Poolse televisie en een belspel op een Duitse zender gepresenteerd door een blonde dame in bikini (was suche ich liebe menschen? Zwei tauzend euro, gegarandiert! Ruhfen zie an und gibt mir der richtigen wort, und das geld wurt morgen am dein bankrechnung gestort!) en vallen in slaap.

Zaterdag 9 september 2006 - Auschwitz

Vandaag is het zover. We gaan naar Auschwitz en Birkenau. Ik ben zenuwachtig. De plekken, waarvan ik al heel lang van plan was om ze te bezoeken, gaan we vandaag zien. Al minstens 10 keer heb ik Schindler’s List gezien, tientallen andere films en documentaires bekeken, veel boeken en websites gelezen. Vandaag is de dag.

Rond negen uur vertrekken we met de auto richting Oświęcim, dat makkelijker gezegd dan gedaan blijkt. Het duurt wel een uur, anderhalf uur voor we in de goede richting zijn. De gewone route blijkt namelijk onderbroken door wegwerkzaamheden.
Alvast in gedachten over wat we te zien gaan krijgen, schrik ik op en roep: “Kijk! Een bord! Auschwitz!” We slaan af en volgen de zwarte borden met grijze letters “Muzeum Auschwitz”. Ik krijg een brok in mijn keel wanneer we de kleine parkeerplaats oprijden. De bekende rode lage gebouwen staan er. Net als in de films. Net als op de foto’s. Met lichte kippenvel stap ik uit de auto. Er staan veel tourbussen en aardig wat auto’s. We twijfelen bij de ingang of we een tour zullen nemen, met een gids die je door het kamp rondleidt. We besluiten hier toch vanaf te zien, en het allemaal zelf te ontdekken. Na een toiletbezoek lopen we het kamp in. We gaan naar rechts en lopen onder de poort door, waar met grote ijzeren letters op staat: Arbeit macht frei, werken maakt vrij.

We lopen rechtdoor en kijken nog wat onwennig rond. We gaan eerst een block (gebouw) binnen met een algemene tentoonstelling over het kamp. Grote foto’s van kinderen, die in de gruwelijke handen waren gekomen van “dokter” Mengele en afbeeldingen van uitgemergelde gevangenen en originele documenten achter glas. Bij het verlaten van het block zie ik een groot boek liggen. Het is een gastenboek. Ik blader het even door en zie aardig wat Nederlandse berichten staan. Ik voel een soort trots op mijn medelanders. Daarna tekenen we ook het gastenboek en gaan verder. Even later stappen we binnen in een block die in het teken staat van de Nederlandse gedeporteerde Joden. Grote foto’s van Anne Frank, voorpagina’s van Nederlandse kranten uit de oorlogsjaren, er is van alles te zien.

Na een tijdje komen we aan bij Block 11. Ik had hier al veel over gehoord en wilde hier “graag” naar binnen. Er staat een lange rij en Thomas blijft buiten, om even uit te rusten. Ik sluit achter aan in de rij en stapje voor stapje betreed ik de “Death block”. Achter mij staan twee jongens, van een jaar of 16. We zijn net binnen en tot mijn afschuw piepen ze voor. Voorpiepen bij de bakker is in mijn ogen iets anders dan voorpiepen in Auschwitz. Met een verbaasde blik laat ik me naar achteren duwen door deze twee jongens, die mij compleet negeren.

Death block blijkt een juiste bijnaam te zijn voor deze Block 11. Dit block diende als gevangenis. Een gevangenis in de gevangenis. Een smalle gang leidt ons naar beneden, naar de kelders. Door de drukte krijg ik maar een paar seconden per cel om een blik naar binnen te werpen. Op de bordjes met meertalige beschrijvingen die er hangen maak ik op, dat gevangenen hier afgesloten van de wereld, onder zeer barre omstandigheden leefden. Zonder water, zonder eten, in kleine stinkende cellen. Ook komen we bij de martelcellen. Zo is er de standing cell waarin vier gevangenen bij elkaar werden gezet. De cel was zo klein, dat ze alleen konden staan. Ze konden niet zitten, omdat daar geen ruimte voor was. Om zich kennelijk in deze situatie in te leven besluiten vier giechelende tieners een stukje verderop in de rij dit uitgebreid te gaan testen. Een medewerker loopt er met een strak gezicht op af en verzoekt hen met een snauwend “leave, now!” door te lopen. Giebelend druipen de meisjes af en stappen uit de cel. Ik voel een plaatsvervangende schaamte. En ben opgelucht dat ik zo’n 10 minuten later weer buiten sta.

Reisverslag

We lopen nog een poosje rond als we bij een gebouw aankomen, waarvan direct duidelijk is wat het voor moet stellen: een crematorium. Naast het gebouw staat een galg. Ik maak er een foto van. Maar bedenk me direct en wis de foto van mijn toestel. Hier kan ik geen foto van maken.
We lopen door naar het crematiorium met de beruchte gaskamer. Bij binnenkomst staat er een bord waar een tekst in meerdere talen op staat. Er staat, dat hier vele mensen zijn vermoord en er wordt gevraagd om dit gebouw met respect te betreden. Langzaam lopen we door. Het is donker en het is muf. Ik had gelezen op internet dat je hier de lijken nog kan ruiken, maar gelukkig heb ik dat zo niet ervaren. Ik heb zeker wel iets gevoeld. Aanwezigheid van de slachtoffers ga ik het niet noemen, maar er hing iets.

Bij het betreden van de gaskamer kijk ik direct omhoog naar het plafond. Inderdaad, gaten. Hier werden de korrels naar binnen gegooid. Niet direct. De korrels, Zyklon B, werden pas effectief wanneer de ruimte warm was. Men wachtte hiermee tot de ruimte was gevuld met de warmte van de lichamelijke aanwezigheid van de honderden mensen en dan strooide men het gif door de gaten naar binnen. De korrels werden gas door de opwarming en aanraking van zuurstof. En zo werden mensen vergast. Alleen waren er ook mensen die niet direct overleden waren. Wanneer men de lijken kwam halen om ze te verbranden in de ovens, lagen er vaak ook nog levende, ademende mensen tussen. Ook deze werden genadeloos meegenomen naar de ernaast geleden ruimte, het crematorium en verbrand.

Ik probeer me te concentreren maar het lukt niet. Ik probeer me in te leven hoe het geweest moet zijn maar het lukt niet. Emoties blijven uit ook wanneer ik heel dicht bij de ovens sta, waar duizenden lichamen zijn verband. Die emoties blijken pas later te komen, als ik besef wat ik heb gezien.

We lopen naar buiten en besluiten nu naar Birkenau te gaan. Voor we de auto instappen loop ik nog naar het winkeltje, dat onder andere boeken en dvd’s verkoopt. Ik koop er een stuk of vier Engelstalige boeken (ook van Thomas gekregen, nog voor mijn verjaardag van de week ervoor) en we lopen naar de auto. Op naar Birkenau. Onderweg stoppen we nog even bij een tankstation, om iets te eten. Want eetgelegenheden zijn er hier weinig. Op een enkel dubieuze tent na, waar de Smaakpolitie zeker niet vrolijk van zou worden. We houden het op een veilig flesje cola en een zak chips.

Birkenau

Na een korte pauze rijden we door naar Birkenau, wat zo’n 3 kilometer verderop ligt. De aankomst daar bezorgd even zoveel kippenvel als bij Auschwitz. De grote indrukwekkende toren des doods rijden we tegemoet. Ik denk aan de film Schindler’s List, daarin is deze duidelijk te zien. En wij staan hier nu gewoon…

De binnenkomst voelt al meteen heel anders dan in Auschwitz. Veel minder druk, veel meer ruimte. Dit voelt ook echter, voor zover dat kan. Auschwitz, in al zijn echtheid, voelde toch meer als een museum aan dan een concentratie c.q. vernietigingskamp. Bij de ingang staan twee borden met grote foto’s. Op die foto’s staan vrouwen en kinderen, op weg naar hun dood. Het geeft het gevoel wat ik daar continu heb gevoeld, kwaadheid. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Het klinkt wellicht cliché maar die zin spookte steeds door mijn hoofd. Hoe hebben zoveel onschuldige mensen en kinderen hun leven verloren? Waarom?

We lopen rechtdoor, naar de rails, die onder de poort liggen en doorlopen tot aan de horizon. Eerst voelt het wat oneerbiedig om hier op te lopen (mag dat eigenlijk wel?) maar wanneer ik het andere mensen ook zie doen, loop ik wat meer op mijn gemak door, over het spoor. De bloemen, veelal rode rozen, die ik af en toe tegenkom, neergelegd door bezoekers, ontroeren me. Wat een mooi gebaar. Alsof ze de pijn van de doden verzachten. En vooral, dat ze niet vergeten zijn. Eigenlijk had ik ook wel bloemen mee willen nemen.

Aan het einde van het spoor komen we aan bij een groot monument. Er liggen bloemen en kransen. Ook ligt er een steen met een Nederlandse tekst. We staan er even stil en lopen dan wat in het rond. Ik loop naar de overblijfselen van een gebouw, waar gaskamers en ovens stonden. Dit gebouw is destijds opgeblazen met dynamiet, om de criminele bewijzen uit te wissen. Er is zichtbaar, dat gevangenen hier naar beneden liepen. Dit wordt geïllustreerd door een foto naast de ruïne, waar op je kunt zien hoe het er hier eerst uit zag. Over deze trap zijn honderdduizenden mensen en kinderen gelopen, in de waan dat ze gingen douchen…

Het is hier oorverdovend stil. Ik had al eens de zin gelezen: “in Birkenau the birds still refuse to sing”. Ik dacht dat dit een symbolische uitspraak was, maar het is echt zo. Je hoort hier niets. Het enige dat je hoort is het zachtjes ruisen van de wind op deze grote open vlaktes met hier en daar een groepje bomen. De enige vogelsoort die hier toch schijnt te komen zijn kraaien. We verbazen ons over de stilte. Op veel stukken lopen we helemaal alleen. Hoe ver je kijkt, zie je geen mensen. Hoe ver je kijkt, zie je kamp. De grootte is moeilijk te bevatten.

Reisverslag

Na een tijdje lopen passeren we een klein bos. Er staat een bord met uitleg. Dit is The Little Wood. Op het bord staat ook een grote foto, destijds genomen op dezelfde plek waar wij nu staan. Op de foto is een groep mensen te zien, voornamelijk vrouwen en kinderen, tussen de bomen. In dit bos werden mensen naar toe gebracht in afwachting op plek in de gaskamers. Even draait mijn maag om. Wat hebben deze bomen een hoop leed gezien… Een stukje verder ligt een kleine plas. Dit is the Ash Pond. Hierin ligt de as van vele lichamen, die waren verbrand in de ovens van het crematiorium (die overigens met hun vuurspuwende schoorstenen voor de meeste gevangenen bekend stond als de bakkerij, zo kregen ze geen argwaan over wat hun te wachten stond). Voor de plas staan vier zwarte grote vierkante grafstenen, met meertalige teksten. We staan er even zwijgend voor stil. Op de stenen liggen een aantal steentjes. Dit gebruik heb ik ook gezien in een documentaire over Oskar Schindler. Op zijn graf hebben veel van de mensen die hij gered heeft van de dood, een steen gelegd. Ik pak vier steentjes van de grond en leg er op elke grafsteen een. Wat een mooie traditie.

We besluiten even te rusten op een bankje. We kunnen de poort des doods (de ingang) niet eens meer zien, zo ver hebben we al gelopen. Het begint nu aardig warm te worden. Na een korte pauze lopen we verder en passeren de barakken. Hier verbleven de gevangen, elke groep (vrouwen, mannen, zigeuners, politieke gevangen, enz.) had zijn eigen barakkenkamp, gescheiden door hekken van prikkeldraad, dat onder hoge stroom stond. Ook hangen er veel lichten boven de hekken. Ik vraag me af hoe het er hier ’s nachts uit ziet.

We lopen langs de vele barakken en er zijn er een hoop gesloten. Maar enkele zijn geopend en we lopen een mannenbarak binnen. Binnen is het muf en doet denken waar het in eerste instantie voor ontworpen was: paardenstallen. Het is bijna niet te geloven dat hier gemiddeld 400 mensen per keer verbleven. De opzet was gemaakt voor 52 paarden. Bovenin de barak hangen balken, met daarop Duitse leuzen zoals “Reden ist silver, schweigen is gold”. In het midden van de barak staat een lange muur van ongeveer een meter hoog. Dit diende destijds als kachel, om te trachten de barak te verwamen. Op de muur liggen bloemen en kransen.

Uiteindelijk komen we weer aan bij het punt waar we begonnen waren, de poort des doods. Thomas is erg moe en ziet het niet zitten om nog verder te gaan. We hadden nog lang niet alles gezien, de hele linkerhelft van het kamp hadden we nog niet belopen. Het idee om in mijn eentje nog zo’n hele tocht te maken zie ik niet zitten en we besluiten Birkenau te verlaten. Ik bedenk me dat ik bepaalde dingen nog niet heb gezien vanmorgen in Auschwitz. Ik stel voor dat ik er alleen terug ga, zodat Thomas uit kan rusten. Thomas vind dit een goed idee en zo rijden we terug naar Auschwitz. Het is nu vier uur in de middag en ik heb nog twee uur voor de poorten voor de bezoekers dicht gaan.

Terug naar Auschwitz

We komen aanrijden en zien het toegangsbord staan voor de parkeerplaats. Er staan twee Chinese tienermeisjes bij, breed lachend poseren ze voor de foto. Ik kan daar niet bij. Iedereen mag dat zelf bepalen natuurlijk, maar ik vind het ongepast om lachend te poseren voor een foto op een plek als deze zoals je zou doen in Disneyland. Zowieso voelde het soms al vreemd om foto’s te maken. Op veel plekken heb ik het ook heel bewust niet gedaan, zoals van de galg. Het voelde niet goed.

Aangekomen bij de ingang installeert Thomas zich uitgeput op een bankje en begeef ik me naar de ingang. Voor de tweede keer loop in onder de poort door met daarop Arbeit macht frei. Ik loop naar een block waar op staat: criminal evidence. Ik had hier al veel over gelezen, hier zouden de vitrines met onder andere de afgenomen bezittingen van de gevangenen zijn. De koffers, de foto's van dierbaren, het kinderspeelgoed, de haarborstels en kammen, enz. Misschien heeft dit block wel meer met me gedaan dan het betreden van de gaskamer en het crematorium.

Het block is opgesplitst in verschillende kamers. Er is een kamer met een soort tentoonstelling van de dagelijkse routine in het kamp. Geïllustreerd door authentieke kleding (de blauw wit gestreepte pyama) en foto’s van gevangenen kun je zien hoe een dag van een gevangene er uit zag.

Een andere kamer heeft grote vitrines, waarvan sommigen gevuld zijn tot aan het plafond. Ik kijk door het glas en zie een aantal koffers waarop namen staan geschreven met eronder: Holland. Ik denk aan de mensen die dit geschreven hebben, ze moeten vast gedacht hebben "netjes schrijven nu, anders vind ik straks m'n koffer niet terug, ze hebben gezegd dat we netjes moeten schrijven want we krijgen ze na het douchen terug". Niet te weten dat diezelfde koffer later hier achter glas tentoongesteld zou worden en zijzelf de koffer nooit meer zouden terug zien...

Verder zijn er onder andere vitrines met tandenborstels, potten en pannen, schoenen en andere bezittingen. Ik voel een rilling over mijn rug lopen. Dit is zo dichtbij, zo tastbaar en zo ontzettend persoonlijk. De hoeveelheid geeft nu duidelijk aan hoeveel mensen in deze hel zijn verbleven. En dit was nog maar een greep.

Diep in gedachten, starend naar de vitrines word ik bijna omver gelopen door een man, die recht op me af loopt. Hij is zo druk bezig om foto’s te nemen van de vitrines (wat dus niet is toegestaan, je mag nergens binnen fotograferen in Auschwitz) dat hij me niet eens ziet staan. Ik doe een stap opzij en kijk hem kwaad aan. Ik wil iets tegen hem zeggen, of hij gek geworden is. Als een soort, het klinkt raar, verdediging voor de mensen van wie deze spullen waren geweest. Rot op met je flitscamera, rot op, je verstoort mijn gedachten! Je mag hier geen foto’s maken, respectloze …! Maar ik zeg niks, want een tweede persoon met flitscamera komt de kamer binnen en flitst de ene na de andere foto alsof haar leven ervan af hangt.

Ik vertrek en kom terecht in de zogenaamde kinderkamer. Deze kamer valt me het zwaarst. Er hangen babypakjes, schoentjes, kinderfoto's, spenen…Een grote foto van een volwassen vrouw die nog geen 30 kilo woog. Met een uitgemergeld gezicht staat ze levenloos op de foto. De kamer begint te draaien en ik voel dat het tijd is om te gaan. Ik verlaat de kamer en loop door de gang naar beneden. In de gang word ik aangestaard door tientallen ingelijste portretfoto's van kaalgeschoren gevangenen. Allemaal hebben ze een doodsangst in hun ogen. Dit wordt me nu echt even te veel.

Op weg naar de uitgang loop ik nog een laatste keer door de gaskamer en het crematorium. Ik wil het nog een keer zien, in me opnemen. Dan loop ik in een keer door naar de uitgang, waar Thomas op me wacht. Een ding is zeker: deze dag gaan we ons hele leven niet vergeten.

We rijden terug naar Kraków, het is inmiddels rond de klok van vijf. We komen na een goed uur aan bij het hotel, waar we ons even opfrissen. Dan lopen we weer naar het Marktplein en vinden een heerlijke plek op een terras. Ik lees een boek en Thomas kijkt mensen onder het genot van een biertje. Na het eten lopen we nog langs de marktkraampjes en ik zie een mooie uit hout gesneden Joodse pop, met een Joodse ster in zijn handen. Ik vind hem meteen mooi en koop hem. Verderop koop ik nog wat andere souvenirs, maar met de pop ben ik echt heel blij. Een mooier symbool voor onze reis kan ik niet bedenken.

Ik had verwacht dat we somber zouden zijn, maar dat is gelukkig niet zo. Pas de ochtend erna merk ik hoe onder de indruk ik ben: ik heb de hele nacht onrustig geslapen. Nachtmerries wisselden zich af met wakker schrikken.

Zondag 10 september 2006 - De laatste dag

Aan alles komt een eind, zo ook aan dit weekendje weg. Vandaag is onze laatste dag en het feit dat we vannacht om 2.30 al wakker moeten worden vanwege onze vroege vlucht, hangt als een irritante schaduw over de dag heen. We slapen eerst uit tot een uur of tien en pakken dan de auto, heerlijk, we zien wel waar we terecht komen. We komen langs een grote Carrefour, weer zo'n mega hypermarchee. Daarna passeren we M1, een supermooi winkelcentrum. Het is jammer dat we de DVD afdeling bij de Mediamarkt niet opmogen, ze zijn aan het balansen. Dvd's zijn hier, net als de meeste dingen, veel goedkoper dan in Nederland, hoewel vrijwel niets in het Engels is. Na het winkelen rijden we nog wat rond en eten ergens om een uur of zes.

Reisverslag

Daarna gaan we terug naar het hotel, waar we onze tassen inpakken. We spreken af dat Thomas gaat slapen en ik wakker blijf, omdat hij moet rijden die nacht. En de kans dat we van onze mobieltjes om 2.30 wakker worden is heel erg klein. Ik nestel me om een uur of acht op bed met mijn nieuwe stapel boeken, inmiddels opgelopen tot een stuk of 8. Uiteraard allemaal boeken over Auschwitz en Birkenau. Ik vraag me af of het wel verstandig is, krijg ik nu geen overdosis leed te verwerken? Maar veel anders is er in de kleine kamer niet te doen. Uiteindelijk breng ik de nacht lezend door, afgewisseld met het schrijven in mijn reisdagboek. Er komt niet veel uit m'n pen en onrustig wacht ik tot het tijd is om weg te gaan. Om 3.00 sluipen we over de gangen van het hotel en checken uit bij de receptie. De nachtportier opent de deur voor ons en we begeven ons naar de parkeerplaats, die afgesloten is met een slagboom. In het kleine hokje ernaast zit de "bewaker", met zijn hoofd op zijn bureautje. We kloppen toch maar op het raampje en hij kijkt boos op. In het Duits maken we duidelijk dat we zojuist hebben uitgecheckt en nog voor de laatste dag moeten betalen. De man blijkt stomdronken te zijn en rekent ons 90 zchloty, terwijl de prijslijst boven zijn hoofd toch echt de helft minder vermeldt. Waarschijnlijk is dit het hoe-durf-je-een-slapende-man-wakker-te-maken-terwijl-hij-aan-het-werk-is-tarief? In discussie gaan met een dronken Pool op een verlaten parkeerplaats om 3.00 's nachts is niet echt aantrekkelijk dus betalen we het hem, en lopen in het Nederlands scheldend weg. Onderweg tanken we de auto nog vol en rijden dan naar het vliegveld, dat eveneens verlaten lijkt.

Maandag 11 september 2006 - Naar huis

's Ochtends vroeg landen we weer in Amsterdam. Wanneer ik het nieuws kijk die avond, realiseer ik me dat Auschwitz anno 2006 nog gewoon in volle werking is. Alleen op andere plekken in de wereld en onder een andere naam, maar geleid door hetzelfde soort ratten met hun zieke geesten en idealen.